De geschiedenis van zijde

Volgens de Chinese overlevering is zijde ontdekt in 2640 voor Christus door de vrouw van de derde Keizer van China “HuangDi”. Het verhaal gaat dat ze thee dronk onder een moerbeiboom in de paleistuin, toen er een cocon van de zijderups in haar thee viel.

Zij en haar bedienden waren verbaasd toen ze zagen dat de cocon ontrafelde en dat daarbij een lange dunne draad vrij kwam. Ze was zo overweldigd van de schoonheid en kracht van die draad, dat ze 1000 cocons verzamelde en er een gewaad voor de keizer van liet maken.
Hierdoor geldt zijde al ruim 4500 jaar als het ultieme luxe product. Van oorsprong mocht alleen de keizer zijde dragen, later kregen leden van het hooggerechtshof ook het privilege om het te dragen. De productie technieken werden echter verbeterd en daardoor werd zijde meer en meer gebruikt. Op een zeker moment werd zijde zelfs een wettig betaalmiddel.
De handel in zijde naar het westen kwam pas in de 2e eeuw na christus op gang toen de hedendaagse zijde route in gebruik werd genomen. Ondanks deze handel wisten de chinezen het geheim van de productie bijna 2500 jaar binnen China te houden. Maar in 550 na Christus hebben twee monniken in hun bamboe staf een aantal cocons van de zijde rups naar Constantinopel gesmokkeld. Dit gebeurde in opdracht van de Keizer van Byzantium. Vervolgens duurde het nog 700 jaar voordat de geheimen van de zijdeproductie verder over europa werden verspreidt. Tegenwoordig komen de zijderupsen niet meer in het wild voor en zijn ze volledig afhankelijk van de mens. Het productieproces is zeer arbeidsintensief. Om 1 kg zijde te winnen worden er 6000 rupsen gebruikt en die eten 200 kg bladeren van de moerbeiboom. China is nog steeds marktleider in de zijdeproductie.